NCAS’26 in Drachten: van visie naar implementatie van autonome systemen

Na afloop van het Nationaal Congres voor Autonomous Systems, ofwel NCAS’26 in Drachten hadden we eerlijk gezegd even tijd nodig om de juiste woorden te vinden, wat was het een succes! De combinatie van inhoudelijke diepgang, concrete toepassingen en de energie vanuit het ecosysteem maakte dit tot een bijzonder sterke editie. De vele reflecties die inmiddels op LinkedIn zijn gedeeld vanuit industrie, onderzoek en overheid, onderstrepen dat beeld en bevestigen de relevantie van het congres voor het werkveld.

Internationale keynotes zetten de toon: betrouwbaarheid en real-world adoptie

De inhoudelijke lijn van het congres werd sterk neergezet in het plenaire programma.

De gezamenlijke opening door Matthieu Gallas (Airbus) positioneerde autonome systemen direct in een operationele context. Vanuit het defensiedomein liet hij zien dat autonomie geen toekomstbeeld meer is, maar al wordt toegepast in missie-kritische systemen. Thema’s als human–machine teaming, AI-gedreven missieplanning en certificering kwamen nadrukkelijk terug — inclusief de implicaties voor civiele toepassingen.

Matthieu Gallas (Airbus)

De keynote aan het einde van de dag, door professor Shankar Sastry (UC Berkeley) was een waar hoogtepunt! Als zeer geanimeerd spreker bouwde hij vanuit academisch perspectief voort op wat er eerder die dag gezegd was. Hij ging in op de fundamentele vraagstukken rond betrouwbaarheid, veiligheid en vertrouwen in autonome systemen. Daarbij werd duidelijk dat juist deze aspecten bepalend zijn voor grootschalige adoptie in de praktijk, en dat hier nog substantiële systeem, en integratievraagstukken liggen.

Samen zetten deze bijdragen de toon: de technologie is er, maar implementatie vraagt om robuuste, gevalideerde en geïntegreerde systemen.

Professor Shankar Sastry van UC Berkeley

Vier tracks, één keten: van bouwsteen tot eindtoepassing

Het programma was opgebouwd langs vier parallelle tracks: Business, Science, Demo en Impact, waarmee expliciet de volledige keten werd afgedekt.

Die ketenbenadering kwam ook inhoudelijk terug in de bijdragen:

  • AI en enabling technologies: NVIDIA liet zien hoe compute, simulatie en digital twins de ontwikkeling en validatie van autonome systemen versnellen
  • Integratie en machinebouw: partijen als Demcon en KUKA vertaalden autonomie naar productstrategieën en industriële toepassingen
  • Concrete toepassingen: Fizyr demonstreerde hoe vision-AI inmiddels operationeel wordt ingezet in logistiek, terwijl Picnic en UMCG de impact op respectievelijk distributie en zorg inzichtelijk maakten

Deze opbouw van bouwsteen tot eindgebruiker, maakte het programma inhoudelijk consistent en relevant voor zowel technologie-aanbieders als eindgebruikers.

Van proof-of-concept naar schaalbare systemen

Wat gedurende de dag duidelijk werd, is dat autonome systemen zich in een duidelijke transitiefase bevinden. In meerdere sessies en discussies kwam hetzelfde beeld naar voren: de stap van proof-of-concept naar schaalbare implementatie is ingezet, maar brengt nieuwe complexiteit met zich mee.

Op de beursvloer en in de demo track werd dit concreet zichtbaar. Demonstraties lieten zien hoe systemen steeds robuuster worden en beter omgaan met dynamische omgevingen. Tegelijkertijd werd benadrukt dat juist integratie, validatie en certificering de bottlenecks vormen richting grootschalige toepassing.

Het demoplein

De bijdrage van onder andere ASML/TUe (regeltechniek), ESA (geodata) en diverse robotics-onderzoeksgroepen onderstreepte dat deze uitdagingen diep in de systeemarchitectuur verankerd zijn.

Ecosysteem als kritische succesfactor

Een terugkerend thema, zowel op het podium als in de gesprekken, was het belang van ecosysteemontwikkeling. Autonome systemen zijn per definitie systeeminnovaties, waarbij samenwerking tussen disciplines en organisaties essentieel is.

Het congres bracht deze samenwerking expliciet samen: van AI-bedrijven en machinebouwers tot eindgebruikers en kennisinstellingen. Juist die interactie werd door veel deelnemers ook in hun reflecties benadrukt als een van de belangrijkste opbrengsten van de dag.

De conclusie die breed gedeeld werd: de technologische basis is aanwezig, maar versnelling richting toepassing vereist structurele samenwerking in de keten.

Reflecties uit het veld bevestigen het momentum

De vele terugblikken van deelnemers laten een opvallend consistent beeld zien. Er is brede erkenning dat autonome systemen zich ontwikkelen van experimentele technologie naar een nieuwe industriële standaard.

Tegelijkertijd wordt ook de urgentie gevoeld: organisaties moeten nu positioneren, investeren en samenwerken om deze ontwikkeling bij te kunnen benen. Het congres fungeerde daarmee niet alleen als kennisplatform, maar ook als markeringspunt voor de fase waarin het veld zich bevindt.

Dé Aftermovie NCAS 2026

De aftermovie van NCAS 2026 is vers van de pers en hieronder te bekijken. De video geeft een sterke indruk van de dag en brengt de energie, inhoud en interacties van het congres mooi samen. Even nagenieten voor iedereen die erbij was én een inkijkje voor wie het heeft gemist!

Vooruitblik: van momentum naar implementatie

Het NCAS Congres 2026 maakt duidelijk dat de volgende fase is aangebroken: van technologische belofte naar implementatie op schaal.

De randvoorwaarden zijn helder; betrouwbare systemen, geïntegreerde ketens en intensieve samenwerking. De uitdaging ligt nu in het daadwerkelijk realiseren van deze stap.

Wij danken alle sprekers, partners en deelnemers voor hun bijdrage aan deze editie. Het congres onderstreept dat voortgang in dit domein alleen mogelijk is door gezamenlijke inspanning binnen het ecosysteem.

We kijken uit naar de volgende stap.

Autonome systemen : van belofte naar verschilmaker

De economische realiteit dwingt vrijwel alle sectoren tot hogere productiviteit en behoud van concurrentiekracht. Autonome systemen bieden hierin de sleutel, door slimme automatisering en AI die processen radicaal efficiënter maken. Tijdens NCAS’26, komende 2 april, moet duidelijk worden hoe de stap van lab naar succesvolle toepassing te maken is. 

Om productiever te worden en concurrerend te blijven, zetten bedrijven wereldwijd massaal in op autonome systemen: systemen die niet alleen taken uitvoeren, maar ook zelfstandig waarnemen, beslissen en handelen. Dus zonder menselijke tussenkomst. 

Van fabrieken tot havens en van distributiecentra tot kritieke infrastructuur, overal winnen autonome oplossingen in hoog tempo terrein. Nederland speelt in deze ontwikkeling een opvallende rol. Niet louter als afnemer, maar vooral ook als ontwikkelaar en exporteur.  

Enorme groeimarkt

‘Autonome systemen zijn een enorme groeimarkt voor Nederland’, zegt Linco Nieuwenhuyzen, programmadirecteur Financieringslandschap en Nationale Technologiestrategie (NTS) bij ROM-Nederland. ‘En we hebben een “right to play and chance to win”. Je kunt het hier samen met de markt ontwikkelen en testen en vervolgens internationaal gaan verkopen. Die combinatie van ontwikkelen én een testmarkt onderscheidt Nederland van veel andere landen.’ 

Niet voor niets is autonome productie één van de focusgebieden in het Regionaal Versterkingsplan Nationale Technologiestrategie (RV-NTS), de regionale vertaling van nationale technologieprioriteiten naar concrete waardeketens. Het combineert immers meerdere sleuteltechnologieën, waaronder AI, robotica, sensortechnologie en fotonica.  

Bovenal is de urgentie om te versnellen groot. Door vergrijzing verdwijnt de komende vijf jaar naar verwachting dertig procent van de vakmensen uit de arbeidsmarkt, terwijl de instroom uit bijvoorbeeld het mbo daalt. Maar arbeidsmarktkrapte is slechts één kant van het verhaal. Want wellicht nog belangrijker: om concurrentiekracht te behouden wordt een structureel hogere productiviteit gevraagd. Meer output met minder mensen wordt de nieuwe standaard. Juist daarom zijn autonome systemen geen technologische keuze meer, maar een strategische noodzaak.

NCAS banner

Versnelling

‘Die wereldwijde focus op productiviteit versnelt de ontwikkeling van autonome systemen’, stelt Nieuwenhuyzen. ‘De waardepropositie is in vrijwel alle sectoren helder: hogere volumes, betere kwaliteit en minder arbeidskracht. Bedrijven uit de maritieme sector zien bijvoorbeeld dat ze alleen concurrerend kunnen blijven als ze vijftien procent goedkoper worden. Dat geeft een enorme push om er nog nadrukkelijker mee aan de slag te gaan.’ 

Om daadwerkelijk van lab naar succesvolle toepassing te komen, moeten ketenpartijen elkaar wel weten te vinden. Precies om die reden vindt op 2 april NCAS’26 plaats. Deze tweede editie van het Nationaal Congres Autonomous Systems brengt wederom ontwikkelaars, systeemintegratoren en (toekomstige) eindgebruikers in Drachten bijeen, ditmaal onder het thema “From lab to Life”’. Het congres fungeert als nationaal ijkpunt waar duidelijk wordt hoe en waarom autonomie zich ontwikkelt tot een sleuteltechnologie voor productiviteit, concurrentiekracht en de aanpak van maatschappelijke uitdagingen. Wat het nu al mogelijk maakt en waar kansen liggen. 

Met bijdragen van Airbus en Demcon is er tijdens NCAS’26 een lichte focus op defensie. Ingegeven door de actuele geopolitieke ontwikkelingen en de voorloperrol van defensie in de toepassing van autonome systemen. ‘Maar die leerervaring gaat twee kanten op’, benadrukt Nieuwenhuyzen. ‘Veel startups die autonome technologie hebben ontwikkeld maken nu de switch naar defensie. Tegelijk kan defensie leren van sectoren die de transitie naar autonome productie al hebben doorgemaakt. En andere sectoren kunnen weer leren van de snelheid waarmee defensie autonome systemen nu implementeert. Daar is het geen nice to have, maar een need to have.’ 

Hoger plan

Het streven naar hogere productiviteit is geen nieuw fenomeen in de Nederlandse maakindustrie. Al sinds de jaren tachtig zetten bedrijven in op automatisering en robotica om efficiënter te produceren. Maar autonome systemen tillen dit naar een hoger plan. In tegenstelling tot klassieke automatisering zijn autonome systemen tenslotte niet meer afhankelijk van vooraf geprogrammeerde instructies. 

AI is de gamechanger, uiteraard. Niet omdat de technologie nieuw is, maar omdat snellere processors, grotere geheugens en gespecialiseerde AI-chips het nu mogelijk maken dat machines hun omgeving waarnemen, patronen herkennen en zelfstandig beslissingen nemen. AI bestaat al decennia, maar bereikt nu pas een niveau waarop toepassingen in de praktijk betrouwbaar, schaalbaar en betaalbaar zijn. Die praktijk is in Nederland nu al volop zichtbaar. 

Picnic en Philips

Neem online supermarkt Picnic, ook aanwezig op NCAS’26, die autonome systemen uitgebreid integreert in zijn logistiek en fulfilmentcentra. Niet door technologie gewoon in te kopen, maar door zelf actief mee te ontwerpen, te testen en op te schalen. Het bedrijf versnelt daarmee de ontwikkeling van nieuwe logistieke processen en klantgerichte diensten.  

Of kijk naar Philips in Drachten, één van Europa’s slimste en best geautomatiseerde fabrieken. Honderden robots ondersteunen er de productie van scheerapparaten, met zelflerende processen die storingen voorspellen en uitval voorkomen. De fabriek maakt producten die normaal uit China zouden komen, maar is door de inzet van autonome systemen concurrerend gebleven. 

‘Picnic en Philips Drachten zijn gerenommeerde bedrijven die heel zichtbaar zijn omdat ze de consumentenmarkt bedienen’, zegt Nieuwenhuyzen. ‘Maar ook bij bedrijven die wat meer in de luwte opereren, gebeuren vergelijkbare ontwikkelingen. De transitie is breed gaande. Het helpt als ook hun resultaten nog meer naar buiten komen en gedeeld worden. Als bedrijven zien wat anderen concreet bereiken, inspireert dat en maakt het de potentie nóg tastbaarder.’  

Aanhaken of afhaken

Die uitwisseling van best practices is inderdaad van grote waarde. Zeker nu autonomie verschuift van een technologische belofte naar een economische en maatschappelijke verschilmaker. Voor bedrijven die produceren is het niet langer de vraag óf ze autonome systemen moeten inzetten, maar wanneer hun achterstand onoverbrugbaar wordt. Of anders verwoord: het is aanhaken of afhaken.   

‘Daarom is een event als NCAS’26 ook zo belangrijk’, onderstreept Nieuwenhuyzen. ’Als ontmoetingsplek en als platform waar relevante kennis en ervaring worden gedeeld. Juist omdat autonomie niet iets is wat je uit een catalogus koopt, maar wel je hele bedrijfsstrategie raakt, is het bij uitstek een thema waarover je met elkaar in gesprek moet en bij concullega’s en experts moet kijken hoe zij het aanpakken. Ik hoop dat bedrijven beseffen dat ze er echt mee aan de slag moeten.’ 


Van lab naar leven: autonome systemen nu grootschalig toegepast

Het Nationaal Congres Autonomous Systems in Drachten brengt de volledige keten samen, van bouwstenen tot een breed scala aan eindgebruikers.

Autonome systemen staan op een kantelpunt. Wat jarenlang vooral in onderzoeksomgevingen werd ontwikkeld, vindt nu in hoog tempo zijn weg naar fabrieken, ziekenhuizen, distributiecentra en kritieke infrastructuur. Volgens de organisatie van het Nationaal Congres Autonomous Systems (NCAS’26), dat op 2 april in Drachten plaatsvindt, is autonomie bezig zich te ontwikkelen van technologische belofte tot economische en maatschappelijke verschilmaker.

Het centrale thema van het congres – From Lab to Life – vat die beweging samen. “Autonome systemen ontwikkelen zich razendsnel van experimentele technologie naar een nieuwe industriële standaard,” zegt Hans Praat, business developer bij de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij (NOM) en organisator van het congres. “De verschuiving is zichtbaar: autonomie groeit uit tot een sleuteltechnologie voor productiviteitsgroei, concurrentiekracht en het oplossen van maatschappelijke opgaven.”

Demoplein op het NCAS 2025 in Drachten

De hele keten op één podium

NCAS’26, het logische vervolg op de succesvolle eerste editie van dit event een jaar geleden, wil niet alleen inspireren, maar vooral verbinden. Het congres brengt daarom de volledige keten van autonome technologie samen: van bouwstenen zoals AI-chips en sensortechnologie tot systeemintegratoren en eindgebruikers die de technologie in de praktijk toepassen. “Voor succesvolle toepassing van autonome systemen is samenwerking tussen ketenpartijen onmisbaar,” aldus Praat.

Dat wordt zichtbaar in het programma, dat internationaler van opzet is dan de term ‘nationaal congres’ doet vermoeden. Grote technologieleveranciers zoals NVIDIA en vision-AI-specialist Fizyr tonen de fundamenten waarop autonome systemen draaien. Machinebouwers en systeemintegratoren als Demcon en KUKA laten zien hoe klassieke automatisering evolueert naar intelligente, zelfsturende machines. En eindgebruikers zoals UMCG en online supermarkt Picnic illustreren hoe autonomie concrete processen verandert, van patiëntenzorg tot logistiek.

Autonome systemen raken inmiddels vrijwel alle sectoren: maakindustrie, landbouw, logistiek, zorg, energie, waterbeheer en smart cities. Het congres bespreekt die brede toepassing, met dit jaar ook aandacht voor defensie en veiligheid. Niet toevallig: daar lopen autonome toepassingen vaak voorop en bieden ze lessen voor civiele sectoren.

Strategisch belang voor Nederland

De plenaire opening wordt verzorgd door TNO-CTO Christa Hooijer, die het strategisch belang van autonomie voor Nederland en Europa zal schetsen. Autonome systemen worden gezien als een sleuteltechnologie voor de zogeheten ‘Autonomy Economy’, waarin AI, sensoren en robotica samenkomen in nieuwe producten en diensten.

Daarna volgt een keynote van Shankar Sastry (UC Berkeley), een van de grondleggers van autonome systemen. In zijn lezing over betrouwbare autonome technologie staat de vraag centraal hoe veiligheid, vertrouwen en certificering worden georganiseerd wanneer machines zelfstandig opereren in complexe omgevingen. Volgens Praat raakt dat de kern van de huidige fase: “De stap van lab naar praktijk vraagt niet alleen om technologie, maar ook om vertrouwen en duidelijke kaders. We zijn supertrots dat een grootheid als Sastry ons daarover gaat bijpraten.”

Bouwstenen en doorbraak

De rol van AI- en chiptechnologie komt nadrukkelijk aan bod. NVIDIA laat zien hoe rekenkracht, simulatie en digital twins het ontwerpen en trainen van autonome systemen versnellen. Tegelijk maakt embedded AI real-time waarneming en besluitvorming mogelijk, essentieel voor veilige inzet in dynamische omgevingen.

Fizyr illustreert hoe vision-AI al wordt toegepast in logistiek en foodprocessing. Door nauwkeurige objectherkenning kunnen robots zelfstandig producten sorteren en verwerken. Zulke toepassingen maken duidelijk dat autonomie niet langer toekomstmuziek is, maar een concrete productstrategie voor machinebouwers die hun systemen slimmer en flexibeler willen maken.

Van technologie naar toepassing

Het congres laat ook zien dat de echte doorbraak plaatsvindt bij gebruikers. In de zorg kan volgens UMCG een groot deel van de patiëntenzorg in de toekomst worden ondersteund door autonome systemen, al stelt dat hoge eisen aan veiligheid en regelgeving. In de retail toont Picnic hoe autonome logistiek en datagedreven processen nieuwe businessmodellen mogelijk maken.

Ook defensie en veiligheid komen aan bod, met bijdragen van Airbus. Autonome systemen zijn daar al operationele realiteit en spelen een rol in verkenning, logistiek en samenwerking tussen bemande en onbemande systemen. De lessen uit dat domein – rond betrouwbaarheid, certificering en human-machine samenwerking – zijn volgens de organisatie relevant voor civiele toepassingen.

Autonomie als productstrategie

De rode draad door het programma is dat autonome systemen het stadium van experimenten ontgroeien. Bedrijven ontwikkelen en integreren de technologie, terwijl gebruikers deze steeds vaker durven toepassen. “AI-bouwstenen, deep-tech innovatie en hightech machinebouw komen samen in werkende oplossingen,” zegt Praat. “Zo ontstaat niet alleen technologische vooruitgang, maar ook structureel economisch en maatschappelijk rendement.”

Daarmee groeit autonomie uit tot een strategische pijler voor de industrie. Niet alleen om efficiënter te produceren, maar ook om personeelstekorten op te vangen, processen te verduurzamen en nieuwe diensten te ontwikkelen. Het congres in Drachten wil laten zien dat de toekomst van autonome systemen niet meer in het lab ligt, maar in de praktijk, en dat samenwerking in de keten cruciaal is om die stap te versnellen.

Wie wil zien hoe autonoom Nederland en Europa worden, doet er goed aan op 2 april in Drachten te zijn en kan nu al kaarten bestellen voor het Nationaal Congres Autonomous Systems.


Van AI naar autonomie: Shankar Sastry legt nadruk op vertrouwen

De Berkeley-pionier opent NCAS26 met een keynote over een van de moeilijkste vragen in tech: hoe autonome systemen veilig kunnen opereren.

Autonome systemen verlaten het laboratorium. Robots assisteren inmiddels chirurgen, software stuurt voertuigen aan en intelligente systemen beheren steeds vaker industriële processen en infrastructuur. Maar naarmate kunstmatige intelligentie zich verplaatst van gecontroleerde omgevingen naar de rommelige realiteit van de buitenwereld, dringt één vraag zich onvermijdelijk op: wanneer vertrouwen we een machine genoeg om zelfstandig te laten handelen?

Die vraag staat centraal in de keynote van Shankar Sastry tijdens het Nationaal Congres Autonomous Systems 2026, dat op 2 april plaatsvindt in Drachten. Zijn lezing, getiteld “From AI to Autonomy: Building Trustworthy Systems for the Real World”, gaat over de technologische en maatschappelijke uitdaging die de volgende fase van AI steeds meer bepaalt: betrouwbaarheid.

Sastry is bij uitstek de persoon om die uitdaging te duiden. In de afgelopen decennia heeft de hoogleraar aan de University of California, Berkeley een belangrijke rol gespeeld bij het leggen van de wetenschappelijke fundamenten onder cyberfysieke systemen, robotica en autonome technologieën. Zijn carrière weerspiegelt de ontwikkeling van theoretische regelsystemen naar machines die direct met de fysieke wereld interacteren.

Shankar Sastry

Wanneer intelligentie de werkelijkheid ontmoet

Kunstmatige intelligentie oogt in demonstraties vaak moeiteloos: modellen herkennen beelden, voorspellen patronen of genereren overtuigende teksten. Maar autonomie introduceert een geheel nieuw niveau van complexiteit. Een autonoom systeem moet onzekere sensordata interpreteren, zich aanpassen aan onvoorspelbare omgevingen en veilig blijven functioneren, zelfs wanneer er iets misgaat.

Met andere woorden: autonomie vraagt om meer dan intelligentie. Het vraagt om engineering.

Het werk van Sastry richt zich al jaren op precies dat snijvlak tussen algoritmen en fysieke systemen. Zijn onderzoek omvat embedded en autonome software, robotica, computer vision, niet-lineaire regeltechniek en hybride systemen: wiskundige modellen die digitale logica combineren met continu fysiek gedrag.

Die combinatie is precies wat moderne autonome machines definieert: software die beslissingen neemt terwijl ze tegelijkertijd interacteert met fysieke processen zoals beweging, krachten en energie.

Aan Berkeley onderzocht Sastry toepassingen variërend van autonome voertuigen tot robotchirurgie en netwerkgestuurde regelsystemen. In al die domeinen draait de vraag zelden om de vraag óf een algoritme een taak kan uitvoeren. De echte vraag is of het systeem betrouwbaar genoeg is om het te vertrouwen met mensenlevens, infrastructuur of kritieke operaties.

Van onderzoek naar toepassing

Sastrys invloed reikt verder dan de academische wereld. Enkele jaren was hij directeur van het Information Technology Office bij DARPA, een van de meest invloedrijke onderzoeksorganisaties ter wereld op het gebied van geavanceerde technologie.

DARPA speelde historisch een sleutelrol in het vertalen van nieuwe technologieën van theorie naar praktische toepassing, vooral in domeinen zoals netwerken, robotica en autonome systemen. Sastrys periode confronteerde hem met de operationele uitdagingen die ontstaan wanneer technologie de fase van prototypes verlaat.

Later keerde hij terug naar Berkeley, waar hij voorzitter werd van de afdeling Electrical Engineering and Computer Sciences en vervolgens Dean of Engineering. In die functies droeg hij bij aan de ontwikkeling van een van ’s werelds meest invloedrijke ecosystemen voor robotica, AI en cyberfysieke systemen.

Door zijn hele carrière heen komt één thema steeds terug: het belang van systeemdenken. Autonome technologieën ontstaan niet uit één algoritme of component. Ze vereisen de integratie van hardware, software, sensoren, communicatienetwerken en menselijke operators.

Vertrouwen als ontbrekend ingrediënt

Dat systeemdenken verklaart ook de focus van Sastrys keynote in Drachten. Jarenlang draaide het publieke debat over AI vooral om capaciteit: grotere modellen, snellere computers, meer data. Maar bij de inzet van autonome systemen spelen andere vragen. Kan een systeem uitleggen waarom het een beslissing neemt? Blijft het veilig functioneren wanneer sensoren uitvallen of omstandigheden veranderen? Kunnen mensen ingrijpen wanneer er iets onverwachts gebeurt?

Vertrouwen is in die zin geen filosofisch begrip, maar een technische vereiste.

In industriële robotica bepalen veiligheidsmechanismen bijvoorbeeld of mensen naast machines kunnen werken. Bij autonoom rijden hangt vertrouwen af van hoe betrouwbaar systemen complexe verkeerssituaties interpreteren. In de zorg draait het om de vraag of artsen begrijpen hoe een systeem hun beslissingen ondersteunt.

Zonder dat vertrouwen blijven zelfs technisch indrukwekkende systemen vaak steken in gecontroleerde pilotprojecten.

Waarom dit debat nu belangrijk is

Het thema van dit jaar – “From Lab to Life” – weerspiegelt de bredere verschuiving in het veld van autonome systemen. Bedrijven en overheden vragen zich steeds minder af óf autonomie haalbaar wordt, maar vooral hoe die op een verantwoorde manier en op grote schaal kan worden toegepast.

Die verschuiving is vooral relevant voor regio’s met een sterke maakindustrie en hightechsystemen. Autonome technologie belooft productiviteitswinst, hogere veiligheid en efficiëntere processen, maar alleen als systemen robuust genoeg zijn voor dagelijks gebruik.

Evenementen zoals NCAS willen precies rond die overgang onderzoekers, industrie en beleidsmakers met elkaar verbinden. Sastrys keynote fungeert daarbij zowel als technische als strategische reflectie. Hij legt de kloof bloot tussen indrukwekkende AI-demo’s en de veel moeilijkere taak om systemen te bouwen die veilig functioneren in onvoorspelbare omgevingen.

De lange weg van AI naar autonomie

Voor Sastry is de weg van AI naar autonomie altijd meer geweest dan software alleen. Het gaat om de discipline die nodig is om intelligentie om te zetten in betrouwbare systemen.

Dat vraagt om wiskunde, engineering en testen… maar ook om bescheidenheid. Systemen in de echte wereld komen onvermijdelijk situaties tegen die ontwerpers niet hadden voorzien. Betrouwbare autonomie bouwen betekent systemen ontwerpen die ook met zulke momenten veilig kunnen omgaan. Naarmate autonome technologieën dieper doordringen in industrie, zorg en infrastructuur, zal die uitdaging alleen maar groter worden.

De boodschap van Sastry in Drachten zal daarom waarschijnlijk veel verder reiken dan het congres zelf. De toekomst van autonome systemen wordt niet alleen bepaald door hoe intelligent machines worden, maar door de vraag of de samenleving ze kan vertrouwen om te handelen.

En dat vertrouwen moet worden ontworpen.

Wie wil zien hoe autonoom Nederland en Europa worden, doet er goed aan op 2 april in Drachten aanwezig te zijn. Tickets voor het Nationaal Congres Autonomous Systems zijn nog beschikbaar.


FME en NLrobotics bundelen krachten voor nationale robotica-aanpak

Met het oog op de groeiende maatschappelijke en economische uitdagingen, hebben FME en NLrobotics gisteren een strategisch partnerschap ondertekend. Het Memorandum of Understanding (MoU), ondertekend bij FME in Zoetermeer, markeert het begin van een landelijke samenwerking om robotica versneld in te zetten in uiteenlopende sectoren.

De overeenkomst werd ondertekend door Willem Wensing, manager Partnerschappen bij FME, en Thijs Dorssers, directeur van NLrobotics. Samen willen de organisaties de versnippering binnen het Nederlandse roboticalandschap tegengaan en toewerken naar een breed gedragen Nationale Roboticastrategie.

“Robotica is een onmisbare sleuteltechnologie om de grote uitdagingen van onze tijd – zoals personeelstekorten, verduurzaming en concurrentiekracht – het hoofd te bieden,” zegt Theo Henrar, voorzitter van FME. “Door samen op te trekken met NLrobotics bundelen we technologische slagkracht met innovatiekracht uit de praktijk. Zo versterken we niet alleen de industrie, maar de hele Nederlandse economie.”

“Met deze samenwerking leggen we de basis voor een krachtige, toekomstgerichte roboticasector in Nederland,” zegt Thijs Dorssers, directeur van NLrobotics. “We willen robotica niet alleen versnellen binnen de industrie, maar breed toepasbaar maken in de zorg, agro, logistiek en vele andere sectoren. Deze samenwerking met FME is geen eindpunt, maar juist het startschot van een nationale beweging.”

Vijf strategische pijlers

De samenwerking richt zich op vijf strategische pijlers:

  • Thought Leadership – publicatie van het rapport De Staat van de Robotica (Q1 2026)
  • Beleidsbeïnvloeding – inzet voor een Nationale Roboticastrategie
  • Marktstimulering – verkenning van een nieuw PPS-programma met het ministerie van Economische Zaken
  • Technologische Innovatie – steun aan initiatieven, zoals Humanoid-NL
  • Bestuurlijke Verbinding – afstemming via de Raad van Advies, met behoud van autonomie

Sterke coalitie met nationale én internationale dekking

NLrobotics is aangesloten bij de Europese koepelorganisatie euRobotics en internationaal verbonden aan de International Federation of Robotics (IFR). De organisatie vertegenwoordigt een brede groep deelnemers: van technologiebedrijven als NXP, Yaskawa, KUKA, Avular, Ambyon, tot onderzoeksinstituten, zoals TNO, imec, TU/e, TU Delft, en integratoren zoals WiredWorkers, TFT en fieldlabs als RoboHouse, SamXL en Breda Robotics.

De kracht van NLrobotics ligt in het verbinden van sectoren: van industrie tot zorg, van bouw tot agro en van logistiek tot hospitality.

Ervaring en continuïteit

Thijs Dorssers is al sinds 2017 actief als aanjager van robotica in Nederland. Vanuit diverse landelijke initiatieven heeft hij de afgelopen jaren gebouwd aan sterke netwerken tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid. In 2018 was hij betrokken bij het opstellen en overhandigen van de eerste nationale position paper over robotica aan het ministerie van Economische Zaken. Met NLrobotics zet hij deze missie voort als onafhankelijke brancheorganisatie, met een breed maatschappelijk draagvlak en Europese verankering.

“Met deze samenwerking leggen we de basis voor een krachtige, toekomstgerichte roboticasector in Nederland,” aldus Dorssers. “We willen robotica niet alleen versnellen binnen de industrie, maar breed toepasbaar maken in de zorg, agro, logistiek en vele andere sectoren. Deze samenwerking met FME is geen eindpunt, maar juist het startschot van een nationale beweging.”